ECLI:NL:RBDHA:2021:12058

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
SGR 21/3214
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8:54 Algemene wet bestuursrechtRichtlijn 2003/8/EGArtikel 23i, eerste lid, Wet op de rechtsbijstand
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken bevoegdheid Raad voor Rechtsbijstand na overdracht rechtsbijstand aan Duitse autoriteiten

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen berichten van de Raad voor Rechtsbijstand. De Raad had gewezen op het feit dat de Duitse autoriteiten het verzoek om rechtsbijstand hadden ontvangen en een positieve beslissing hadden genomen, maar dat eiser zelf een advocaat moest zoeken.

De rechtbank overweegt dat de Raad voor Rechtsbijstand slechts bevoegd is om rechtsbijstand te verlenen totdat het verzoek is ontvangen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak verder wordt behandeld. Aangezien de Duitse autoriteiten het verzoek in behandeling hebben genomen en een beslissing hebben genomen, heeft de Raad geen bevoegdheid meer om te beslissen over de wijze van rechtsbijstandverlening.

Daarom is het bericht van de Raad geen besluit waartegen beroep openstaat. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank verklaart zich onbevoegd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de Raad voor Rechtsbijstand geen bevoegdheid meer had na ontvangst van het verzoek door de Duitse autoriteiten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/3214

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. van Vlerken).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 10 september 2020.

Overwegingen

1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1] De rechtbank legt dit hierna uit.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het bericht van verweerder van 18 augustus 2020 en 31 juli 2020. In het bericht van 31 juli 2020 schrijft een medewerker van verweerder dat verweerder niets kan veranderen aan de beslissingen van de Duitse autoriteiten. In het bericht van 18 augustus 2020 schrijft een medewerker van verweerder dat de Duitse autoriteiten een positieve beslissing hebben genomen op het verzoek om rechtsbijstand, maar eiser zelf een advocaat moet zoeken.
3. De rechtbank overweegt dat verweerder aan de rechtszoekende die om verlening van rechtsbijstand vraagt voor een zaak in een ander lidstaat dan Nederland, rechtsbijstand verleent totdat de aanvraag om verlening van rechtsbijstand in overeenstemming met de richtlijn [2] is ontvangen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de zaak verder zal worden behandeld. [3] In dit geval hebben de Duitse autoriteiten het verzoek om rechtsbijstand in behandeling genomen en daarop beslist. Verweerder heeft vervolgens geen bevoegdheid om een beslissing te nemen over de manier waarop de Duitse autoriteiten rechtsbijstand verlenen. Dit betekent dat een bericht van een medewerker van verweerder over de wijze van rechtsbijstandsverlening in Duitsland, geen besluit is. Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar, staat daarom geen beroep open.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Richtlijn 2003/8/EG.
3.Artikel 23i, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand.