ECLI:NL:RBDHA:2021:12117
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging status bedreigde getuige in zaak deelname terroristische organisatie en oorlogsmisdrijven
In deze strafzaak, waarin appellant wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie en medeplegen van oorlogsmisdrijven, is het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechter-commissaris die aan een getuige de status van bedreigde getuige verleende.
De rechtbank constateerde dat de rechter-commissaris die appellant hoorde niet dezelfde was als degene die de beschikking gaf, wat formeel niet in lijn is met de wetgever. Echter, appellant kon niet aantonen dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad, mede omdat zijn zienswijze in de beschikking was meegewogen.
Inhoudelijk toetste de rechtbank terughoudend en oordeelde dat de rechter-commissaris de beslissing voldoende had gemotiveerd, rekening houdend met de actuele situatie in Syrië, de aard van de verdenkingen en de persoonlijke omstandigheden van de getuige. De rechtbank verwierp de grieven van appellant dat de dreiging onvoldoende was gemotiveerd en dat de getuige onbetrouwbaar zou zijn.
Subsidiaire verzoeken van appellant om het getuigenverhoor in aanwezigheid van de verdediging te laten plaatsvinden en om meer informatie over de bedreiging te verstrekken, werden eveneens afgewezen vanwege het belang van bescherming van de getuige.
De rechtbank concludeerde dat geen gebreken aan de beschikking kleefden die vernietiging rechtvaardigen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de beschikking tot verlening van de status van bedreigde getuige wordt afgewezen.