ECLI:NL:RBDHA:2021:12150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij dodelijk verkeersongeval
Op 1 september 2019 vond in ’s-Gravenzande een dodelijk verkeersongeval plaats waarbij de verdachte een voetganger aanreed. De verdachte reed binnen de toegestane snelheid en verklaarde zijn aandacht volledig bij het verkeer te hebben gehouden.
De rechtbank stelde vast dat de tweede voetgangersoversteekplaats niet voldeed aan richtlijnen en dat de donkere achtergrond met bosschages en de donkere kleding van het slachtoffer de zichtbaarheid verminderden. Er waren geen aanwijzingen dat de verdachte met te hoge snelheid reed, afgeleid was of een verkeersfout beging.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair ten laste gelegde en bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, maar de rechtbank volgde dit niet. De verdachte werd vrijgesproken van beide tenlasteleggingen omdat geen aanmerkelijke onvoorzichtigheid of gevaarzetting kon worden vastgesteld die tot het ongeval leidde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en gevaarzetting bij dodelijk verkeersongeval.