ECLI:NL:RBDHA:2021:12152
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- E.P.W. Kwakman
- A.K. Mireku
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van familie- en gezinsleven
Verzoekster, een Venezolaanse vrouw die sinds 2018 in Nederland verblijft bij een referente met een verblijfsvergunning, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familie- en gezinsleven. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende aantoonbare familierechtelijke relatie en hechte persoonlijke banden.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die haar uitzetting zou verbieden totdat op het bezwaar is beslist. De staatssecretaris verscheen niet op de zitting en nam geen standpunt in op de nadere stukken die verzoekster had ingediend, waaronder verklaringen en financiële bewijsstukken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel degelijk sprake is van een spoedeisend belang omdat de dreiging van uitzetting onverminderd aanwezig is. Gezien de ingediende stukken en het ontbreken van een inhoudelijk verweer van verweerder, is niet uitgesloten dat het bezwaar kans van slagen heeft. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.