ECLI:NL:RBDHA:2021:12175
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende middelen en zorgverzekering
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een document dat haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, waarbij zij stelt gehuwd te zijn met een referent die in Nederland verblijft. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de familieband, inschrijving in de Basisregistratie Personen en het middelenvereiste, waaronder een zorgverzekering.
Eiseres voerde aan dat zij had moeten worden gehoord en dat zij met een huwelijksakte heeft aangetoond familielid te zijn van een Unieburger. Tevens gaf zij aan zwanger te zijn en op korte termijn te zullen bevallen. De staatssecretaris stelde echter dat eiseres herhaaldelijk was verzocht bewijsstukken van het inkomen van de referent en een zorgverzekering te overleggen, maar hier niet op had gereageerd.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was, omdat eiseres niet had aangetoond dat aan de vereisten voor rechtmatig verblijf was voldaan. De rechtbank vond dat het ontbreken van stukken over voldoende middelen en zorgverzekering een zelfstandige grond was voor afwijzing. Daarnaast werd geoordeeld dat het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd was, omdat op voorhand duidelijk was dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van voldoende middelen en zorgverzekering.