ECLI:NL:RBDHA:2021:12209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen op grond van kennelijke ongegrondheid in het besluit van 15 juli 2021. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 8 september 2021, samen met een vergelijkbare zaak (NL21.11830). Na afweging van de omstandigheden en het bestreden besluit heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter W.M.P. van Alphen en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.