AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel bij suïciderisico en complexe zorgbehoefte
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro ten aanzien van een vrouw geboren in 2000, die verblijft in een psychiatrische accommodatie. De crisismaatregel was eerder opgelegd vanwege een hoog risico op suïcide en zelfbeschadigend gedrag, waarbij sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de zitting werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de behandelend arts, de waarnemend geneesheer-directeur, de advocaat van betrokkene en haar ouders. De arts stelde dat dwang averechts werkt en pleitte voor behandeling vanuit gedeelde verantwoordelijkheid, terwijl de waarnemend geneesheer-directeur en de officier van justitie de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk achtten om de veiligheid te waarborgen. Betrokkene zelf verzet zich tegen opname en medicatie, maar erkent zorg nodig te hebben.
De ouders pleitten voor een zorgmachtiging als betere oplossing, waarmee betrokkene meer regie zou kunnen krijgen. De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel kunnen afwenden. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt daarom verleend voor een periode van drie weken, met verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, toezicht en opname.
De beschikking is uitgesproken op 1 november 2021 en schriftelijk vastgesteld op 10 november 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/619826 / FA RK 21-7196
Datum beschikking: 01 november 2021
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 27 oktober 2021 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. S. Burmeister te Amsterdam.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 26 oktober 2021 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 26 oktober 2021 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De rechtbank heeft voorts op 29 november 2021 van GGZ Rivierduinen een aanvraag wijziging ZM / (voortgezette) CM ontvangen.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 01 november 2021.
Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de [arts] ;
- de waarnemend [geneesheer-directeur] .
- de officier van justitie, mr. A. Baas;
- de ouders van betrokkene.
Standpunten ter zitting
De arts heeft verklaard dat betrokkene al langere tijd bekend is bij [verblijfplaats] . Betrokkene kan niet goed omgaan met emoties en impulsen. Dat maakt dat ze probeert zichzelf van het leven te beroven. De suïcidepogingen zijn in frequentie toegenomen. Door dwang uit te oefenen wordt betrokkene echter vijandig en neemt het schadelijke gedrag nog verder toe. De arts concludeert daarom dat verplichte zorg averechts werkt en meent dat de crisismaatregel niet zou moeten worden voortgezet.
Wat volgens de arts wel zou werken, is behandeling vanuit gedeelde verantwoordelijkheden en dat betrokkene stappen maakt in het accepteren van zorg. Dat wil ze nu niet. Dat maakt het ingewikkeld voor haar en voor haar ouders. Betrokkene is wel duidelijk. Ze wil dood en ze wil geen therapie.
De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil niet in het psychiatrisch ziekenhuis blijven. Het is voor haar een onveilige situatie omdat ze met mensen zit die ze niet kent en ze last heeft van de medicatie. Betrokkene heeft wel aangegeven dat ze zorg nodig heeft maar niet duidelijk is wat ze precies wil.
De advocaat heeft voorts verklaard dat een zorgmachtiging het beste voor betrokkene werkt. Betrokkene verbleef voorheen met een zorgmachtiging in een woonvorm. De zorgmachtiging was aangevraagd voor die momenten dat betrokkene gesepareerd moest worden of niet naar buiten mocht. Deze constructie lijkt voor betrokkene de best mogelijke en de raadsman begrijpt niet waarom hier niet opnieuw op wordt ingezet.
De ouders hebben verklaard dat ook zij het liefst een zorgmachtiging voor hun dochter willen. De vorige zorgmachtiging is zonder overleg niet voortgezet. Er is een interne machtsstrijd binnen de GGZ en er zijn verschillende visies. Nu hebben de ouders betrokkene het liefst thuis. De ouders hebben verzocht om de vorm van verplichte zorg met betrekking tot vocht en voeding niet op te nemen. Voordat de zorgmachtiging werd opgeheven verliep het zo dat als het niet goed ging, betrokkene ergens terecht kon. Er werd soms zware dwang toegepast omdat het nodig was, daarna werd het verblijf op een andere plek voortgezet en kon ze met verlof naar huis waar ze wel eet en drinkt. Als ze opgenomen is kan ze niet voor zichzelf zorgen. Sinds de opname heeft ze haar tanden niet gepoetst en zit ze in de separeer. Dat is geen wenselijke situatie. De ouders pleiten voor een middenweg. De ouders willen dat betrokkene naar een plek gaat waar haar de regie gegeven kan worden zodat het draaglijk wordt. Dat is het niet waar betrokkene nu is opgenomen.
De waarnemend geneesheer-directeur heeft verklaard dat er een verschil van inzicht is tussen [verblijfplaats] en de behandelend arts. Alle aanwezigen zijn het eens dat het lange termijn perspectief voor betrokkene niet een behandeling is waarbij dwang en drang voorop staan, omdat zij hierop slecht reageert. Het is duidelijk dat zij meer is gebaat bij een behandeling waarin zij zelf (deels) regie voert en eigen verantwoordelijkheden heeft. Nog onduidelijk is hoe deze behandeling op een voor betrokkene veilige wijze vorm kan krijgen en welk juridisch kader daarbij het best aansluit.
Voor de korte termijn en dus ten aanzien van het huidige verzoek verschillen de inzichten. Er is veel machteloosheid bij ouders en de behandelaar. Er zijn al uitgebreide overleggen geweest maar er is (nog) geen oplossing gevonden. Er staat vanmiddag een overleg gepland met alle betrokken partijen. Er zijn verschillende psychiaters betrokken. Er is ook advies gevraagd bij het CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise), een instantie waar om advies gevraagd wordt als het een ingewikkelde kwestie is. Er moet bij betrokkene soms ingegrepen worden omdat de veiligheid in het geding komt. Dat is de reden dat de crisismaatregel is aangevraagd. De instelling wil zo snel mogelijk toewerken naar eigen autonomie en regie omdat dwang averechts werkt bij betrokkene. Er is regelmatig overleg met het CCE en andere ketenpartners. Aan de ene kant wil de instelling betrokkene beschermen en aan de andere kant moet ze losgelaten worden. De medicatie wordt gegeven om iemand rustig te maken maar dat biedt hier geen oplossing. De instelling wil uiteindelijk naar een therapeutische relatie waar betrokkene zelf achter staat. Voor nu stelt de waarnemend geneesheer-directeur zich op het standpunt dat de crisismaatregel voortgezet moet worden om de veiligheid van betrokkene te waarborgen.
De officier van justitie heeft verklaard dat er eerder crisismaatregelen zijn afgegeven. Het verzoek tot voortzetting hiervan is, ook vanwege het standpunt van [verblijfplaats] dat de maatregel niet effectief is, weer ingetrokken. Er zijn daarna door betrokkene weer suïcidepogingen gedaan en vervolgens is er weer een cisismaatregel aangevraagd. Binnen korte tijd was dus toch weer dwang nodig. Er wordt door de arts gezegd dat dwang averechts werkt maar vrijwillig meewerken aan zorg werkt nu evenmin.
De officier van justitie heeft verzocht om de verzochte vormen van verplichte zorg aan te vullen met de vormen die betrekking hebben op het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Door die overige vormen toe te wijzen is het mogelijk om betrokkene op te nemen maar ook om in een ambulante situatie een vangnet te hebben en te kunnen opschalen als het nodig is.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten hoog risico op suïcide en zelfbeschadigend gedrag. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting blijkt voldoende van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank begrijpt uit het dossier en verhandelde ter zitting dat de complexe problematiek van betrokkene, die enerzijds vraagt om zelfregie en eigen verantwoordelijkheid en anderszins vraagt om dwang om te voorkomen dat betrokkene zich van het leven berooft, tot gevolg heeft dat een behandeling nodig is die innerlijk tegenstrijdig lijkt. Voor nu is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de crisismaatregel de enige manier is om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor betrokkene weg te nemen. De rechtbank is verder van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 november 2021;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 01 november 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 november 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.