ECLI:NL:RBDHA:2021:12381
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Deense autoriteiten in asielprocedure
Verzoekster, samen met haar minderjarige zoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door verweerder niet in behandeling werd genomen. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan, dat eerder werd afgewezen. Verzoekster deed verzet tegen die afwijzing en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening om overdracht aan Deense autoriteiten te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van onverwijlde spoed omdat de overdracht gepland stond op 28 oktober 2021. Omdat verzoekster had aangegeven gehoord te willen worden en de zitting gepland stond op 1 november 2021, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De overdracht zou worden verboden totdat op het verzet was beslist.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 748,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan de Deense autoriteiten wordt verboden totdat op het verzet is beslist.