Uitspraak
Rechtbank Den HAAG
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 20 oktober 2021 ingekomen verzoek van:
[X] ,
[Y] ,
Procedure
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
Verzoek
- de onmiddellijke terugkeer te gelasten van [voornaam] naar het woonadres van de moeder in Nederland, althans naar Nederland en daarbij te bepalen dat de onmiddellijke teruggeleiding uiterlijk op 22 oktober 2021, dan wel op een nader door de rechtbank te bepalen datum en wijze dient te geschieden waarbij de vader [voornaam] dient terug te brengen naar Nederland en over te dragen aan de moeder, althans indien de vader nalaat om [voornaam] binnen de door de rechtbank te stellen termijn terug te laten keren naar de moeder / Nederland, te bevelen dat de vader [voornaam] op voornoemde datum dient te overhandigen aan de moeder, waarbij de rechtbank dient te bepalen dat de vader tevens de geldige reisdocumenten of het geldige reisdocument van [voornaam] aan de moeder dient te verstrekken teneinde terugkeer naar Nederland mogelijk te maken;
- te bepalen dat de voorlopige voogdij wordt uitgesproken over [voornaam] , waarbij de rechtbank de instantie aanwijst die belast wordt met deze voorlopige voogdij, onder de bepaling dat deze voorlopige voogdij eindigt op het moment van afgifte van [voornaam] aan de moeder dan wel de teruggeleiding van [voornaam] naar Nederland;
- te bepalen dat de vader veroordeeld wordt in de reële proceskosten opkomende zijdens de moeder, daaronder begrepen de door de moeder aan haar raadsvrouwe verschuldigde eigen bijdrage en het aan de rechtbank verschuldigde griffierecht alsmede in de kosten die de moeder heeft in verband met het (bijwonen van de behandeling van het) verzoek tot teruggeleiding van [voornaam] naar Nederland, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.