ECLI:NL:RBDHA:2021:12486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse homoseksuele man wegens ongeloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, een Oezbeekse man die asiel aanvraagt vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen, stelt mishandeld te zijn in zijn land van herkomst en daarom bescherming te zoeken in Nederland.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat hij de homoseksualiteit van eiser ongeloofwaardig acht en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eiser een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer loopt. Daarnaast is het beroep afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid, mede omdat eiser Nederland onrechtmatig is binnengekomen en zijn asielaanvraag te laat heeft ingediend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft betwist dat eiser homoseksueel is en dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens en omstandigheden. Ook het ontbreken van bewijsstukken en tegenstrijdigheden in verklaringen wegen mee. Het opgelegde inreisverbod van twee jaar is eveneens gegrond vanwege het niet opvolgen van een terugkeerbesluit.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.