ECLI:NL:RBDHA:2021:12526
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens te late ziekteaangifte door werkgever op €230
Eiseres, een werkgever, kreeg een boete van €455 opgelegd wegens het te laat doen van een ziekteaangifte voor een werknemer die per 30 november 2019 uit dienst ging. Verweerder, het UWV, handhaafde deze boete in het bestreden besluit. Eiseres betwistte de hoogte van de boete en stelde dat zij binnen zeven dagen de fout wilde herstellen, maar dat dit niet mogelijk was omdat het UWV zelf de ziekmelding al had geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat de ziekteaangifte inderdaad te laat was gedaan, maar dat de boete op grond van het Boetebesluit socialezekerheidswetten aangepast moest worden naar €230, omdat de aangifte tussen 7 en 28 kalenderdagen te laat was. Dit volgde uit de datum waarop eiseres het formulier 'Opgaaf reden niet nakomen van uw verplichting' indiende, namelijk 12 december 2019.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete van €455 betrof, herroept het primaire besluit en stelt de boete vast op €230. Daarnaast draagt zij verweerder op de betaalde griffiekosten van €354 aan eiseres te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
Uitkomst: De boete wegens te late ziekteaangifte wordt vastgesteld op €230 in plaats van €455.