Eiser, een Iraakse nationaliteitdragende jongeman, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege een geheime relatie met een vrouw genaamd [A] en de daaruit voortvloeiende bedreigingen van haar vader asiel nodig had. De staatssecretaris wees het verzoek af als kennelijk ongegrond, omdat het relaas van eiser over de relatie en de bedreigingen ongeloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet kon verklaren over zijn relatie met [A], waaronder het ontbreken van een benadering van de eerste ontmoeting en summiere informatie over haar persoonlijkheid, ondanks zijn bewering van een langdurige relatie. Daarnaast waren zijn verklaringen over wie op de hoogte was van de relatie en de bedreigingen wisselend en tegenstrijdig. Ook de inconsistenties over het bestaan van naaktfoto’s en video’s, die volgens eiser op zijn telefoon stonden, droegen bij aan het ongeloof van zijn verhaal.
De rechtbank vond het niet onredelijk dat de staatssecretaris de telefoon van eiser niet onderzocht, gezien diens eigen verklaring dat er geen naaktbeelden op stonden. Ook was het oordeel dat de aanvraag kennelijk ongegrond was terecht, mede omdat eiser niet tijdig had gemeld dat hij met een vals paspoort Nederland was binnengekomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.