ECLI:NL:RBDHA:2021:12623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres, van Bulgaarse nationaliteit, heeft vanaf november 2019 een bijstandsuitkering ontvangen en woont sinds 2018 samen met haar Nederlandse echtgenoot. Verweerder stelde ambtshalve vast dat eiseres nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad, omdat zij niet in loondienst heeft gewerkt, niet als zelfstandige actief was, en geen reële kans op werk kon aantonen.
Eiseres voerde aan dat zij rechtmatig verblijf had als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan, gesteund op het inkomen van haar echtgenoot en haar inspanningen om werk te vinden. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van zelfstandig inkomen of voldoende middelen van bestaan, noch dat haar echtgenoot hiervoor kwalificeerde. Ook de medische omstandigheden en het gezinsleven konden het ontbreken van rechtmatig verblijf niet compenseren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht heeft gehandeld bij het vaststellen van het ontbreken van rechtmatig verblijf en dat er geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres kan een aparte aanvraag indienen indien zij zich beroept op artikel 8 EVRM Pro of artikel 7 Handvest Pro.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit dat zij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad, wordt ongegrond verklaard.