ECLI:NL:RBDHA:2021:12626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onbevoegd genomen besluit en instandhouding rechtsgevolgen
Eiser werd een bedrag van €1.848,- aan servicekosten voor zijn dienstwoning in rekening gebracht in een besluit van 6 november 2019. Na bezwaar verklaarde de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken het bezwaar deels gegrond in een besluit van 25 mei 2020. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat er een bevoegdheidsgebrek kleefde aan het bestreden besluit omdat onvoldoende was aangetoond dat de minister van Buitenlandse Zaken gemandateerd was om namens de minister van Economische Zaken en Klimaat te beslissen op het bezwaar.
Verweerder stelde dat mandaat was verleend via een Attachénotitie en een besluit over volmacht en machtiging attachés en lokale werknemers EZK, maar kon dit niet overtuigend aantonen. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is wegens het bevoegdheidsgebrek. Verweerder heeft het bestreden besluit bekrachtigd, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en droeg verweerder op het betaalde griffierecht van €178,- aan eiser te vergoeden. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 december 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.