ECLI:NL:RBDHA:2021:12629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld en mishandeling
Op 17 november 2021 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van diefstal met geweld, afpersing en mishandeling van het slachtoffer op 26 april 2020 in Leiden.
Tijdens de terechtzitting op 3 november 2021 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor afpersing van sleutels en mishandeling, met een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Hoewel verdachte aanwezig was in de woning, ontbrak bewijs voor zijn actieve deelname aan de diefstal of mishandeling. Het letsel van het slachtoffer kon ook veroorzaakt zijn door een val van de trap. De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar schadevordering wegens het ontbreken van een bewezenverklaring.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, waarbij de voorzitter en twee rechters betrokken waren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van diefstal met geweld, afpersing en mishandeling.