ECLI:NL:RBDHA:2021:12640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing duurzaam verblijfsrecht ongehuwde partner EU-burger
Eiseres, met de Russische nationaliteit, had een verblijfsvergunning als ongehuwde partner van een EU-burger en vroeg om een document duurzaam verblijf burgers van de Unie. Verweerder stelde dat het verblijfsrecht per 31 december 2016 was geëindigd omdat de samenwoning was verbroken en eiseres niet voldeed aan het vereiste van een deugdelijk bewezen duurzame relatie. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de relatie zich na die datum voortzette, ondanks het ontbreken van samenwoning.
De rechtbank overwoog dat verweerder uitsluitend het criterium van gezamenlijke huishouding en feitelijke samenwoning als bewijs aanvaardde en geen acht sloeg op andere door eiseres overgelegde bewijsstukken. Dit is volgens de rechtbank een te beperkte uitleg van het begrip 'deugdelijk bewezen duurzame relatie' in het licht van de Verblijfsrichtlijn en de Awb. Verweerder had het aanvullende bewijs moeten beoordelen en motiveren waarom dit niet volstond.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van bewijs van duurzame relatie.