ECLI:NL:RBDHA:2021:12654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet 2018
Eiser, een in Italië wonende Nederlandse gepensioneerde, betwistte de definitieve jaarafrekening 2018 van de buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) die door verweerder was vastgesteld op € 1.536,44, waarvan nog € 581,73 moest worden betaald. Verweerder baseerde de berekening op de inkomensgegevens uit de NiNbi-beschikking van de Belastingdienst en de wettelijke bepalingen van de Zvw en de Regeling zorgverzekering.
Eiser voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de NiNbi-beschikking bij de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat verweerder de bijdrage op juiste wijze had berekend, conform de wettelijke systematiek, en dat het risico van het niet indienen van bezwaar bij de Belastingdienst voor rekening van eiser komt.
De rechtbank wees erop dat eiser zich alsnog tot de Belastingdienst kan wenden voor herziening van de NiNbi-beschikking en vervolgens tot verweerder voor herziening van de jaarafrekening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde buitenlandbijdrage 2018 wordt ongegrond verklaard.