ECLI:NL:RBDHA:2021:12657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sri Lankaanse eiser wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Sri Lankaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij bedreigd en beroofd werd vanwege vermeende connecties met bomaanslagen in Sri Lanka, en dat hij daarom vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat het asielrelaas grotendeels ongeloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over de incidenten in januari en maart 2019 onvoldoende aannemelijk waren, mede omdat eiser geen duidelijk verband kon aantonen tussen de gebeurtenissen en zijn woonadres of de vermeende bedreigers. Ook de doorzoekingen in april 2019 werden niet geloofwaardig bevonden, omdat het enkel aantreffen van een bonnetje bij een verdachte geen reden was om eiser als verdachte te zien.
Verder werd meegewogen dat eiser legaal en zonder problemen Sri Lanka had verlaten, hetgeen niet strookt met zijn stelling dat hij gezocht wordt door autoriteiten. Overgelegde documenten, waaronder een arrestatiebevel en rapporten, konden het oordeel niet wijzigen. De rechtbank bevestigde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen.