ECLI:NL:RBDHA:2021:12679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1958, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.
Betrokkene verblijft momenteel in een accommodatie en werkt mee aan medicatie en behandeling. De psychiater gaf aan dat betrokkene te goed is voor een verpleeghuis en een zelfstandige plek zoekt. Hoewel betrokkene het goed lijkt te gaan, is uit het verleden gebleken dat bij psychotische episodes ernstige risico's bestaan, waaronder agressie, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. De gevraagde zorgvormen zoals medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie zijn proportioneel en effectief. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De rechtbank wees echter het verzoek tot insluiting en toezicht af, omdat deze niet noodzakelijk of voorzienbaar werden geacht. De zorgmachtiging is verleend voor de duur tot 29 oktober 2022. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging met medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking en opname, met uitzondering van insluiting en toezicht.