ECLI:NL:RBDHA:2021:12693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag en oplegging inreisverbod
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, diende op 31 januari 2020 een asielaanvraag in wegens zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende problemen in Marokko. Verweerder stelde de aanvraag bij besluit van 27 november 2020 buiten behandeling omdat eiser op 23 juni 2020 met onbekende bestemming was vertrokken en legde een inreisverbod van twee jaar op.
Eiser voerde aan dat hij legitieme redenen had om Nederland tijdelijk te verlaten, waaronder onveiligheid in het asielzoekerscentrum, gebrek aan vertrouwen in de procedure vanwege eerdere intrekkingen van beslissingen door verweerder, en trauma door vreemdelingenbewaring. Tevens vroeg hij garanties dat hij bij terugkeer niet opnieuw in vreemdelingenbewaring zou worden gesteld.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen verschoonbare redenen had om zich aan het vreemdelingentoezicht te onttrekken, omdat hij geen melding had gemaakt van zijn problemen en zijn trauma onvoldoende had onderbouwd. De rechtbank vond de motivering van het inreisverbod voldoende, gelet op het ontbreken van humanitaire of bijzondere individuele omstandigheden. De asielgerelateerde stellingen konden niet worden beoordeeld omdat eiser zich niet beschikbaar hield voor de procedure.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.