ECLI:NL:RBDHA:2021:12733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk na intrekking en verlening verblijfsvergunning asiel
Eiser had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen in het besluit van 12 maart 2021. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 1 november 2021 was eiser niet aanwezig, maar werd het beroep behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit op 22 oktober 2021 door verweerder was ingetrokken en dat op 28 oktober 2021 alsnog de gevraagde verblijfsvergunning was verleend. Hierdoor was het belang van eiser bij de beoordeling van het beroep komen te vervallen. Eiser had geen argumenten aangevoerd om dit belang te handhaven.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en bepaalde dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van €181 moest vergoeden. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.D. Gunster, met griffier J.F.A. Bleichrodt aanwezig. De rechter was verhinderd te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit is ingetrokken en de vergunning alsnog is verleend.