ECLI:NL:RBDHA:2021:12735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens ondeugdelijke belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier op grond van de Afsluitingsregeling, welke is afgewezen door verweerder. Tevens is aan eiseres een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Na bezwaar heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de belangenafweging die verweerder maakte in het kader van artikel 8 EVRM Pro ondeugdelijk is gemotiveerd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiseres gedurende een groot deel van haar verblijf in Nederland rechtmatig of in de veronderstelling van rechtmatig verblijf was, en dat zij slechts sporadisch en op jonge leeftijd in China verbleef. Ook is onvoldoende betrokken dat eiseres volledig geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met een juiste belangenafweging.