ECLI:NL:RBDHA:2021:12737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken duurzame en exclusieve relatie gelijk aan huwelijk
Eiser heeft een mvv-aanvraag ingediend om te verblijven bij zijn vriendin, de referente. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie die gelijk is te stellen aan een huwelijk. Eiser voerde in beroep aan dat hij wel degelijk een duurzame relatie had, verwees naar bewijsstukken en stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en de COVID-19-pandemie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van samenwoning en een duurzame relatie. Slechts enkele foto’s en oppervlakkige telefoongesprekken waren onvoldoende om een relatie gelijk aan een huwelijk aan te tonen. De omstandigheden zoals leeftijd, ziekte en reisbeperkingen door COVID-19 konden dit niet compenseren.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld en dat het verwijzen naar stukken uit eerdere procedures niet onrechtmatig was. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat het horen in bezwaar kon worden achterwege gelaten gezien de sterke motivering van het primaire besluit.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen duurzame en exclusieve relatie is aangetoond.