ECLI:NL:RBDHA:2021:12739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.C. Kleijberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betwist dit en voert aan dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege illegale pushbacks en onvoldoende medische zorg, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondeelbaar is.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet is verschenen bij de gehoorzittingen, en dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht om het persoonlijk onderhoud te laten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Kroatië zijn verplichtingen nakomt, tenzij concrete aanwijzingen anders aantonen, wat eiser niet heeft bewezen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigt dat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd. Medische argumenten van eiser worden niet overtuigend geacht om toepassing van de hardheidsclausule (artikel 17 Dublinverordening Pro) te rechtvaardigen. Verweerder heeft geen reden gezien om medisch advies in te winnen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om aanhouding in afwachting van een uitspraak van de Afdeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.