ECLI:NL:RBDHA:2021:12758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag master projectmanagement wegens onvoldoende loopbaanperspectief
Eiser, werkzaam als kapitein bij het ministerie van Defensie, verzocht om aan te worden gewezen voor de master projectmanagement. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser van 2015 tot 2019 al een HBO-opleiding bedrijfskunde MER volgde en daarmee voldoende was opgeleid voor functies tot aan zijn ontslagdatum. Daarnaast voldeed eiser niet aan de ervaringsjaren en de Middelbare Defensie Vorming (MDV) die vereist zijn voor de beoogde functies op het niveau van luitenant-kolonel.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 16 AMAR Pro de minister een opleiding kan aanwijzen die leidt tot verbreding van de loopbaanmogelijkheden binnen Defensie. Hoewel verweerder niet had mogen meewegen dat eiser al voldoende was opgeleid, achtte de rechtbank de afwijzing binnen de beoordelingsruimte gegrond omdat de beoogde functies buiten het huidige loopbaanperspectief van eiser liggen.
Eiser stelde dat de master projectmanagement aansluit bij zijn persoonlijk ontwikkelingsplan en het vereiste WO-niveau heeft, maar de rechtbank volgde verweerder in de redenering dat zonder de benodigde ervaringsjaren en MDV de opleiding geen directe verbreding oplevert.
De situatie verschilt van een eerdere uitspraak van de hoogste ambtenarenrechter waarin afwijzing op budgettaire gronden werd afgewezen. Hier gaat het om het ontbreken van het loopbaanperspectief zelf. Verweerder gaf aan dat bij het behalen van ervaringsjaren en MDV een nieuwe aanvraag mogelijk is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor de master projectmanagement wordt ongegrond verklaard.