ECLI:NL:RBDHA:2021:12854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Tijdens de mondelinge behandeling, die via Skype plaatsvond, was eiser niet aanwezig. De rechtbank heeft overwogen dat de algemene verwijzing naar een zienswijze onvoldoende is om een beroepsgrond te vormen. De rechtbank richtte zich daarom op de concrete argumenten van eiser.
Eiser vreesde geweld in Duitsland, maar heeft dit niet voldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat eiser bescherming moet zoeken bij de Duitse autoriteiten. Verweerder mocht op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel aannemen dat Duitsland de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag, het Handvest van de grondrechten van de EU en het EVRM zal naleven.
Verder was er geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die rechtvaardigen dat Nederland het asielverzoek op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.