ECLI:NL:RBDHA:2021:12899
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens verjaring afgewezen
Verzoeker is in 2013 door het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van €94.500,- vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Hij verzocht de rechtbank om kwijtschelding of vermindering van dit bedrag, mede vanwege zijn leeftijd en beperkte aflossingsmogelijkheden.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 9 november 2021, waarbij ook het CJIB en de officier van justitie hun standpunten naar voren brachten. Het CJIB stond gedeeltelijke toewijzing niet tegen, gezien de beperkte betalingscapaciteit van verzoeker, en de officier van justitie vond halvering van het openstaande bedrag redelijk.
De rechtbank oordeelde echter dat de tenuitvoerleggingstermijn van de ontnemingsmaatregel, die maximaal acht jaar bedraagt bij overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet, ruim was verstreken. Omdat meer dan veertien jaar sinds het onherroepelijk worden van het vonnis was verstreken, was de maatregel verjaard. Hierdoor had verzoeker geen belang meer bij zijn verzoek en werd hij niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel is verjaard.