Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in de zaak tussen
[Naam] , verzoekster,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens heeft zij een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
Op 17 november 2021 heeft de voorzieningenrechter de zaak behandeld in Middelburg, waarbij beide partijen door hun gemachtigden zijn vertegenwoordigd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.15098), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De rechtbank heeft geoordeeld dat Georgië als veilig land van herkomst kan worden beschouwd en dat het asielrelaas van verzoekster niet voldoende aanleiding geeft om hiervan af te wijken. Tevens is vastgesteld dat er geen verschoonbare reden is voor het onverwijld laat aanvragen van asiel. Er is geen reden om af te zien van het opleggen van het inreisverbod of om de duur daarvan te verlagen.
Het beroep van verzoekster is derhalve ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.