Uitspraak
Rechtbank den haag
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een beroepsvisser in het Benedenrivierengebied, vordert in kort geding dat zij wordt hersteld in een historisch recht om met de zegen te vissen op schubvis, inclusief snoek en baars, en dat de terugzetplicht voor deze soorten wordt opgeheven. Zij stelt dat zij in 1981 onder druk een tijdelijke terugzetplicht is opgelegd vanwege de slechte visstand, die inmiddels is verbeterd. De Staat en SZWN betwisten het bestaan van dit recht en het tijdelijke karakter van de terugzetplicht.
De Staat verhuurt visrechten aan SZWN en verleent aan drie beroepsvissers schriftelijke toestemmingen om met de zegen te vissen, waarbij sinds 1982 een terugzetplicht geldt. Deze plicht was tussen 2010 en 2017 niet opgenomen in de toestemmingen, maar wel in de huurovereenkomsten met SZWN. Eiseres heeft geprobeerd in overleg met de Staat en SZWN de terugzetplicht op te heffen, maar zonder resultaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiseres voldoende is vanwege het financiële belang en de naderende verlenging van de huurovereenkomst. Echter, de vordering kan niet worden toegewezen omdat het bestaan van het gestelde historische recht en het tijdelijke karakter van de terugzetplicht niet aannemelijk zijn in kort geding. Nader feitenonderzoek en bewijslevering zijn noodzakelijk in een bodemprocedure.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat het uitgiftebeleid van visrechten, waarbij sportvisserij prioriteit krijgt op schubvis, consistent is toegepast en dat het betwiste recht niet schriftelijk is vastgelegd. De zaak vereist een uitgebreide beoordeling buiten de kortgedingprocedure.
Uitkomst: De vordering van eiseres tot herstel van het historisch visrecht en opheffing van de terugzetplicht wordt afgewezen.