ECLI:NL:RBDHA:2021:13089
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in uitstel van vertrek procedure
Verzoeker heeft tegen een besluit van 30 april 2021 beroep ingesteld, waarin zijn aanvraag om uitstel van vertrek werd afgewezen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij in Nederland kon blijven totdat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en daarbij betrokken dat in een parallelle zaak (AWB 21/3002) het beroep waarop dit verzoek betrekking heeft reeds ongegrond is verklaard. Op grond hiervan is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 22 november 2021 en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor verzoeker niet in Nederland mag blijven wachten op de behandeling van het beroep.