De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat een andere lidstaat (Italië) verantwoordelijk zou zijn. Eiser stelde minderjarig te zijn, maar verweerder concludeerde op basis van een leeftijdsschouw dat eiser vermoedelijk meerderjarig was.
De rechtbank oordeelde eerder dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de leeftijd van eiser en vernietigde het eerdere besluit. Bij het bestreden besluit werd alsnog een leeftijdsschouw uitgevoerd door medewerkers van de IND en AVIM, waarbij de IND twijfels had over de minderjarigheid van eiser, terwijl AVIM concludeerde dat eiser evident minderjarig was.
De rechtbank constateert dat de motivering van de IND niet voldoet aan de vereisten van de Werkinstructie 2018/19, omdat niet duidelijk is waarom de waarnemingen leiden tot twijfel over minderjarigheid en niet eerst is getoetst op evidente minderjarigheid. Hierdoor is het besluit gebrekkig gemotiveerd en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen vier weken.