ECLI:NL:RBDHA:2021:13097

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 november 2021
Publicatiedatum
29 november 2021
Zaaknummer
NL21.5568
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000Art. 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade door ex-partner

Eiseres, een Colombiaanse vrouw, heeft een asielaanvraag ingediend vanwege mishandelingen door haar ex-partner en vreest voor haar leven bij terugkeer naar Colombia. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres tweemaal zonder problemen vanuit Europa naar Colombia is teruggekeerd en bij aankomst in Nederland geen asiel heeft aangevraagd. Deze feiten ondermijnen de stelling dat zij een reëel risico loopt. Eiseres heeft aangevoerd dat zij afhankelijk is van haar zus en daarom terugkeerde, maar dit weerlegt de rechtbank niet.

De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.5568

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. L.S.Th.H. Ruijters),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

ProcesverloopBij besluit van 16 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.5567, op 27 oktober 2021 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Duivesteijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens waren aanwezig S. Kowsari, als toeschouwer namens verweerder, en [Naam 2], de partner van de zus van eiseres.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [Geboortedatum] en bezit de Colombiaanse nationaliteit.
2. Op 31 juli 2019 heeft eiseres samen met haar zus een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in Colombia zowel mentaal als fysiek is mishandeld door haar ex-partner. Eiseres vreest bij terugkeer naar Colombia te worden vermoord door haar ex-partner.
3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, evenals de verklaringen van eiseres over de mishandelingen door haar ex-partner. Op grond hiervan komt eiseres echter niet voor de gevraagde verblijfsvergunning in aanmerking, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder heeft daartoe overwogen dat eiseres zonder problemen tweemaal vanuit Europa is teruggekeerd naar Colombia en ook tweemaal bij aankomst in Nederland geen reden heeft gezien om asiel aan te vragen.
4. Eiseres voert daartegen aan dat niet valt in te zien waarom de dreiging van haar ex-partner om haar te vermoorden niet reëel zou zijn, terwijl wel geloofwaardig is geacht dat zij te maken heeft gehad met huiselijk geweld. Daarnaast voert eiseres aan dat zij afdoende heeft uitgelegd waarom zij niet direct bij aankomst in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend en is teruggekeerd naar Colombia.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat eiseres nadat de mishandelingen hebben plaatsgevonden tweemaal naar Europa is gereisd en ook tweemaal weer is teruggekeerd naar Colombia. Na terugkeer heeft eiseres geen problemen ervaren, terwijl zij naar haar eigen familie is teruggekeerd en niet is ondergedoken. Ook heeft eiseres bij aankomst in Nederland tot twee keer toe geen aanleiding gezien om een asielaanvraag in te dienen. Na de laatste binnenkomst in Nederland in mei 2019 heeft eiseres tot 31 juli 2019 gewacht met het indienen van een asielaanvraag. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat deze omstandigheden afbreuk doen aan de gestelde vrees van eiseres. De stelling van eiseres dat zij is teruggekeerd naar Colombia omdat zij haar zus wilde volgen van wie zij volledig afhankelijk is, doet aan de hiervoor genoemde tegenwerpingen niets af. Verweerder heeft van eiseres mogen verwachten dat zij direct een asielaanvraag in zou dienen indien zij daadwerkelijk een reëel risico loopt in Colombia.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.