ECLI:NL:RBDHA:2021:13149
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mentorbeloning en reiskostenvergoeding wegens uitzonderlijke omstandigheden
Betrokkene, een vrouw met het syndroom van Down, woont begeleid in een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Haar broer is bewindvoerder en haar zus is mentor. Vanwege de beperkte tijd van begeleiders voor activiteiten en de emotionele situatie van betrokkene, is het bezoek en de begeleiding door de zus van groot belang voor haar welzijn.
Verzoeker vroeg om een afwijkende vaststelling van de mentorbeloning en een reiskostenvergoeding voor de zus over 2020 en 2021, omdat de standaardvergoeding onvoldoende is om de gemaakte kosten te dekken. De zus maakt aanzienlijke reiskosten door de afstand tussen haar woonplaats en die van betrokkene.
De kantonrechter oordeelt dat de situatie uitzonderlijk is en dat een kilometervergoeding van €0,25 redelijk is, gebaseerd op eerdere aanbevelingen en vergelijkingen met andere vergoedingen. De vergoeding wordt vastgesteld op €1.495 per jaar voor de reiskosten over 2020 en 2021, naast de standaard mentorbeloning.
De beslissing omvat het vaststellen van de beloning van de bewindvoerder en mentor conform de Regeling beloning CBM, en het toekennen van de reiskostenvergoeding aan de zus. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De mentorbeloning en reiskostenvergoeding worden afwijkend vastgesteld met een kilometervergoeding van €0,25 per kilometer.