ECLI:NL:RBDHA:2021:13162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel vonnis wegens niet-betrekken schriftelijke toelichting
In deze zaak verzocht eiser de rechtbank om herstel of aanvulling van het vonnis van 20 oktober 2021, omdat de rechtbank bij dat vonnis geen rekening had gehouden met een namens eiser ingediende schriftelijke toelichting. Deze toelichting was tijdig en volgens de rolbeschikking aan de griffie toegezonden, maar kennelijk niet door de rechter ontvangen.
De rechtbank gaf de wederpartij gelegenheid om te reageren, die geen bezwaar had tegen herstel. De rechtbank overwoog dat herstel van een vonnis alleen mogelijk is bij een kennelijke schrijffout (art. 31 Rv Pro) of als de rechtbank niet over een vordering heeft geoordeeld (art. 32 Rv Pro). In deze zaak was op alle onderdelen beslist, en er was geen sprake van een kennelijke fout.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 2015, waarin werd geoordeeld dat een uitspraak die is gedaan zonder kennisname van een schriftelijke toelichting en daarmee in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, niet eenvoudig kan worden hersteld. Gezien deze jurisprudentie wees de rechtbank het verzoek af.
Het vonnis werd op 10 november 2021 uitgesproken door rechter A.C. Bordes.
Uitkomst: Verzoek tot herstel van het vonnis wegens niet-betrekken van schriftelijke toelichting wordt afgewezen.