Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] verzoeker,
[naam 2],
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 oktober 2021 waarbij zijn asielaanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 november 2021 samen met een verwante zaak. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na overwegingen heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag is afgewezen.