ECLI:NL:RBDHA:2021:13203
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring wrakingsverzoek wegens ontbreken van feiten en omstandigheden
Verzoeker stelde dat hij op 18 augustus 2021 een wrakingsverzoek had ingediend tegen de rechter in een zaak betreffende een administratieve sanctie. Tijdens de zitting van die datum werd echter geen wrakingsverzoek genotuleerd in het proces-verbaal. De rechter en griffier bevestigden dat er geen concreet wrakingsverzoek is gedaan, mede omdat verzoeker slechts kort aanwezig was en geen duidelijke motivering gaf.
Na ontvangst van het proces-verbaal reageerde verzoeker met brieven waarin hij stelde dat hij wel degelijk een wraking had uitgesproken. De rechter gaf schriftelijk aan dat verzoeker geen eenduidig wrakingsverzoek had gedaan en dat er geen gronden voor wraking waren omdat er geen aanwijzingen van vooringenomenheid waren.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker niet met zekerheid een wrakingsverzoek had gedaan en dat, indien toch aangenomen werd dat dit het geval was, er geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid konden doen aannemen. Verzoeker verscheen niet ter zitting om het verzoek toe te lichten. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd het hoofdproces voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van feiten en omstandigheden ter onderbouwing.