ECLI:NL:RBDHA:2021:13211

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
AWB 20/5690
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek eiseres naar het buitenland

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris waarin haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan werd betwist. Na het bestreden besluit en het instellen van beroep heeft eiseres geen contact meer onderhouden met haar gemachtigde en is zij uitgeschreven bij de gemeente en naar het buitenland vertrokken.

De rechtbank heeft partijen gevraagd of zij gebruik wilden maken van het recht op een zitting, waarop alleen de staatssecretaris heeft gereageerd. De gemachtigde van eiseres heeft zich teruggetrokken wegens gebrek aan contact met eiseres.

Gezien het vertrek van eiseres naar het buitenland en het ontbreken van contact concludeert de rechtbank dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek naar het buitenland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/5690

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer] ,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 22 januari 2020 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Bij besluit van 22 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en in het kader van dit beroep op 17 augustus 2020 en 26 maart 2021 brieven naar de rechtbank gestuurd.
De rechtbank heeft partijen gevraagd om haar te laten weten of zij gebruik willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Met een brief van 2 juni 2021 heeft de staatssecretaris laten weten dat zij geen gebruik wil maken van dat recht. Van eiseres heeft de rechtbank geen reactie ontvangen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij brief van 26 maart 2021 heeft de (voormalige) gemachtigde van eiseres, mr. L.S.T.H. Ruijters, de rechtbank laten weten dat hij al geruime tijd geen contact met eiseres heeft kunnen krijgen en dat hij zich daarom als raadsman onttrekt aan de zaak.
2. Met een brief van 2 juni 2021 heeft de staatssecretaris laten weten dat eiseres op dit moment staat ingeschreven in de “registratie niet-ingezetenen” en toegelicht dat dit betekent dat eiseres zich bij de gemeente heeft uitgeschreven en naar het buitenland is vertrokken. Ook staat in die brief het bij de staatssecretaris laatst bekende adres van eiseres.
3. Gelet op deze informatie ziet de rechtbank zich (ambtshalve) voor de vraag gesteld of eiseres (nog) procesbelang heeft bij haar beroep en of het beroep dus ontvankelijk is. Uit de reacties van de (voormalige) gemachtigde van eiseres en de staatssecretaris concludeert de rechtbank dat eiseres kennelijk geen inhoudelijk oordeel meer wil van haar beroep. De rechtbank gaat er namelijk van uit dat als dat wel zo was, eiseres haar gemachtigde op de hoogte had gesteld van haar verblijfplaats en contact met haar gemachtigde had gehouden om van haar zaak op de hoogte te blijven. Omdat eiseres dat niet heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen rechtens te beschermen belang (meer) heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen procesbelang (meer) en is het beroep daarom niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, rechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar geschied op 26 november 2021.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.