ECLI:NL:RBDHA:2021:13298

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
3 december 2021
Zaaknummer
20_6805
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994Art. 23 Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994Art. 11 Wet algemene bepalingenArt. 63 Algemene wet inzake rijksbelastingenWet personenvervoer 2000
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor taxi zonder taxivergunning

Eiser verzocht om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een Mercedes-Benz die als taxi zou worden gebruikt. Verweerder wees dit verzoek af omdat er geen taxivergunning was afgegeven voor het voertuig, een vereiste volgens de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

De rechtbank bevestigde dat de wet strikte voorwaarden stelt voor de taxivrijstelling, waaronder het bezit van een taxivergunning. Eiser voerde aan dat financiële problemen door de coronacrisis het laten keuren van het voertuig belemmerden en dat het niet mogelijk was het voertuig te schorsen, maar deze omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering.

De rechtbank benadrukte dat zij gebonden is aan de wet en geen ruimte heeft om de billijkheid of innerlijke waarde van de wettelijke bepalingen te toetsen. De hardheidsclausule is niet aan de rechter ter beoordeling. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een taxi is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een taxivergunning.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 20/6805
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2021 in de zaak tussen

[eiser] h.o.d.n. [h.o.d.n.] , wonende te [vestigingsplaats] , eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 28 september 2020 op het bezwaar van eiser tegen de beschikking op het verzoek van eiser om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een taxi (de taxivrijstelling).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2021.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] en mr. [B] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is vanaf 18 maart 2020 houder van de Mercedes-Benz met het kenteken [kenteken] (het motorrijtuig). Er is geen vergunning afgegeven waaruit blijkt dat het motorrijtuig is bestemd om daarmee als personenauto taxivervoer te verrichten en daarvoor geheel of nagenoeg geheel wordt gebruikt.
2. Eiser heeft ter zake van het motorrijtuig verzocht om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een taxi (de taxivrijstelling). Dit verzoek is bij beschikking van 25 mei 2020 afgewezen.
3. In geschil is of het verzoek om toepassing van de taxivrijstelling terecht is afgewezen.
4. Op grond van artikel 72, eerste lid, aanhef en onder n, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (de Wet) wordt – onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen – vrijstelling verleend voor motorrijtuigen die blijkens een ingevolge de Wet personenvervoer 2000 afgegeven vergunning (de taxivergunning) zijn bestemd om daarmee als personenauto taxivervoer te verrichten en daarvoor geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt. In artikel 23 van Pro het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 (het Besluit) is tevens als voorwaarde opgenomen dat de in dat artikel genoemde (afschriften van) bescheiden –daaronder begrepen een afschrift van de taxivergunning of vergunningbewijs– worden overgelegd.
5. Vast staat dat ter zake van het motorrijtuig geen taxivergunning is afgegeven en er dus ook geen afschrift van de vergunning of het vergunningbewijs is overgelegd. Nu niet aan de wettelijke voorwaarden is voldaan heeft verweerder het verzoek om toepassing van de taxivrijstelling terecht afgewezen.
6. De door eiser aangevoerde gronden kunnen niet tot een ander oordeel leiden. Dat eiser door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen en de auto daarom niet heeft kunnen laten keuren, doet er niet aan af dat een verzoek om toepassing van de taxivrijstelling door verweerder slechts kan worden gehonoreerd in het geval aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Hetzelfde geldt voor de stelling van eiser dat het niet mogelijk was om het motorrijtuig te schorsen. De Wet laat geen ruimte voor een uitzondering op basis van de door eiser gestelde omstandigheden.
7. Voor zover eiser stelt dat strikte toepassing van de wet onredelijk of onbillijk is, overweegt de rechtbank dat de rechter moet rechtspreken volgens de wet en ingevolge artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen niet de innerlijke waarde of billijkheid van wettelijke bepalingen mag beoordelen. Toepassing van de hardheidsclausule van artikel 63 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen staat niet ter beoordeling van de rechter.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.