ECLI:NL:RBDHA:2021:13298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor taxi zonder taxivergunning
Eiser verzocht om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een Mercedes-Benz die als taxi zou worden gebruikt. Verweerder wees dit verzoek af omdat er geen taxivergunning was afgegeven voor het voertuig, een vereiste volgens de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
De rechtbank bevestigde dat de wet strikte voorwaarden stelt voor de taxivrijstelling, waaronder het bezit van een taxivergunning. Eiser voerde aan dat financiële problemen door de coronacrisis het laten keuren van het voertuig belemmerden en dat het niet mogelijk was het voertuig te schorsen, maar deze omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering.
De rechtbank benadrukte dat zij gebonden is aan de wet en geen ruimte heeft om de billijkheid of innerlijke waarde van de wettelijke bepalingen te toetsen. De hardheidsclausule is niet aan de rechter ter beoordeling. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een taxi is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een taxivergunning.