ECLI:NL:RBDHA:2021:13326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico op militaire dienstplicht in Eritrea
Eiser, een Eritrese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen met een inreisverbod van twee jaar. De rechtbank onderzocht het beroep waarbij eiser stelde dat hij illegaal Eritrea had verlaten en vreest voor arrestatie en militaire dienstplicht bij terugkeer. Verweerder vond de verklaringen over illegale uitreis en desertie ongeloofwaardig en meende dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro onvoldoende was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de verklaringen over de illegale uitreis en desertie ongeloofwaardig vond vanwege tegenstrijdigheden en summiere toelichting. Echter, verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat eiser geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij terugkeer, mede gelet op het ontbreken van reisdocumenten, het niet betalen van de diasporabelasting en de oorlogssituatie.
De rechtbank stelde vast dat een reële kans bestaat dat eiser bij aankomst in Eritrea wordt ondervraagd, gearresteerd en gedwongen tot militaire dienst. Verweerder had onvoldoende onderbouwd waarom dit geen risico oplevert. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan verweerder een nieuw besluit te nemen.