ECLI:NL:RBDHA:2021:13381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig christelijk geloof
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 2 juni 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 6 oktober 2021, samen met een gerelateerde zaak. Gezien de uitspraak in die zaak werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als niet meer nodig.
De rechtbank oordeelde dat het opgegeven christelijke geloof van verzoekster niet geloofwaardig was, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig christelijk geloof is ongegrond verklaard.