ECLI:NL:RBDHA:2021:134
Rechtbank Den Haag
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot verschoning van mr. A. Drahmann, rechter in de hoofdzaak SGR AWB 19/4626. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter mogelijk betrokken was bij een procespartij of de zaak in een eerdere dienstbetrekking, wat aanleiding gaf tot de schijn van partijdigheid.
De kamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden en de uiterlijke schijn aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Gezien de aangevoerde omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht om de schijn van partijdigheid te vermijden.
De kamer besloot het verzoek toe te wijzen en bepaalde dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek. Tevens werd bepaald dat alle betrokken partijen en de rechter een afschrift van deze beslissing ontvangen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.