ECLI:NL:RBDHA:2021:13439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen loonheffingskorting over 2018 bij nabetaling AOW in 2019
Eiser heeft een AOW-pensioen aangevraagd dat met terugwerkende kracht werd toegekend vanaf 21 augustus 2018. De Sociale Verzekeringsbank (verweerder) keerde een nabetaling uit in 2019 over de periode vanaf augustus 2018. Eiser stelde bezwaar tegen het niet toepassen van loonheffingskorting over 2018 en het niet toekennen van een Overbruggingsuitkering (OBR).
De rechtbank overweegt dat loonheffingskorting alleen kan worden toegepast in het jaar waarin het pensioen daadwerkelijk is ontvangen. Omdat de nabetaling over 2018 in 2019 is uitbetaald, behoort deze tot het inkomen van 2019 en is toepassing van loonheffingskorting over 2018 niet mogelijk. Wat betreft de OBR is vastgesteld dat eiser geen schriftelijke aanvraag heeft ingediend, waardoor het bezwaar niet inhoudelijk kon worden behandeld.
De rechtbank concludeert dat verweerder het bestreden besluit op juiste gronden heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat loonheffingskorting over 2018 niet kan worden toegepast op een nabetaling die in 2019 is ontvangen.