ECLI:NL:RBDHA:2021:13442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wegens ontbreken noodzakelijkheid aanwezigheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die niet in behandeling zijn genomen vanwege de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk is. Na aangifte van mensenhandel in Nederland werd deze aangifte ambtshalve aangemerkt als aanvraag voor een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden. Deze aanvraag werd afgewezen omdat het Openbaar Ministerie (OM) heeft aangegeven dat er geen strafrechtelijk onderzoek meer plaatsvindt en de aanwezigheid van eiser in Nederland niet noodzakelijk is.
Eiser betoogt dat hij zich in Italië niet veilig voelt en vreest voor de mensensmokkelaar, en dat Nederland het aangewezen land is voor behandeling van zijn aangifte en verblijf. De rechtbank oordeelt echter dat de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning niet zijn vervuld, aangezien er geen lopend strafrechtelijk onderzoek is en het OM de aanwezigheid van eiser niet noodzakelijk acht.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen wegens betalingsonmacht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.