ECLI:NL:RBDHA:2021:13495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskosten na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Middelburg schortte het onderzoek op en hield de zaak aan in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de positie van statushouders in Griekenland.
Op 2 september 2021 trok de staatssecretaris het bestreden besluit in. Vervolgens trok verzoeker op 16 september 2021 het beroep in en verzocht tegelijkertijd om vergoeding van de proceskosten. De staatssecretaris stemde in met vergoeding van de proceskosten, maar niet met de reiskosten.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten gegrond is en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van €1.496,00 aan proceskosten. Het verzoek tot vergoeding van reiskosten werd afgewezen omdat deze reeds zijn inbegrepen in de forfaitaire vergoeding en verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij zelfstandig reiskosten had gemaakt.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank baseerde zich op artikel 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op basis van het aantal punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €1.496,00 aan proceskosten en wijst het verzoek tot vergoeding van reiskosten af.