ECLI:NL:RBDHA:2021:13498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen machtiging verblijf
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Tijdens de procedure is het beroep ingetrokken omdat de staatssecretaris alsnog een besluit heeft genomen, waarmee verzoekers deels zijn tegemoetgekomen.
De rechtbank heeft op verzoek van verzoekers en met instemming van verweerder een proceskostenvergoeding toegewezen. De vergoeding is vastgesteld op €374, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor voor lichte zaak, en daarnaast is het griffierecht van €178 aan verzoekers toegekend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet instellen bij de rechtbank.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €374 en het griffierecht van €178 aan verzoekers.