ECLI:NL:RBDHA:2021:135
Rechtbank Den Haag
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid in Chipshol-zaak
In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 12 januari 2021 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. De rechter was tussen 2013 en 2019 lid van het gerechtsbestuur van dezelfde rechtbank, waar diverse kwesties aan de orde waren die verband hielden met de Chipshol-zaak. Betrokken partijen in die kwesties waren onder meer Chipshol Holding B.V. en enkele bestuurders die ook in de hoofdzaak partij zijn.
De rechter stelde dat op grond van deze feiten een objectief gerechtvaardigde vrees of schijn van partijdigheid kan bestaan, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk geschaad zou worden. De verschoningskamer overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals deze aanleiding kunnen geven tot het toewijzen van een verschoningsverzoek.
Het verzoek werd daarom toegewezen om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter en blijft in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek. Een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de rechter en alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.