Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2021:135

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
13 januari 2021
Zaaknummer
C/09/605738 / KG RK 21-40
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid in Chipshol-zaak

In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 12 januari 2021 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. De rechter was tussen 2013 en 2019 lid van het gerechtsbestuur van dezelfde rechtbank, waar diverse kwesties aan de orde waren die verband hielden met de Chipshol-zaak. Betrokken partijen in die kwesties waren onder meer Chipshol Holding B.V. en enkele bestuurders die ook in de hoofdzaak partij zijn.

De rechter stelde dat op grond van deze feiten een objectief gerechtvaardigde vrees of schijn van partijdigheid kan bestaan, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid mogelijk geschaad zou worden. De verschoningskamer overwoog dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals deze aanleiding kunnen geven tot het toewijzen van een verschoningsverzoek.

Het verzoek werd daarom toegewezen om de schijn van partijdigheid te vermijden. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter en blijft in de stand waarin het zich bevond bij indiening van het verzoek. Een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de rechter en alle betrokken partijen.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2021-2
Kenmerk: C/09/605738 / KG RK 21-40
Beslissing van 12 januari 2021
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. R.H. Smits,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk SGR AWB 19/4626 WATER G 1C van:
Park Schiphol-Rijk U.A., Park Data Hub 3.0 U.A., Forward Business Parks 2000 N.V., Chip(s)hol III B.V., Chipshol IV B.V., Verhoef Beheer B.V., ASR Levensverzekering N.V., Stichting Parkmanagement Schiphol, Vastgoed Roetveld B.V. en LSREF4 Dutch REO Holdings S.A.R.L.
eisers,
bijgestaan door mr H.J.M. van Schie,
en
het College van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Rijnland verweerder,
waarin als belanghebbende partij wordt aangemerkt
Schiphol Nederland B.V.,
bijgestaan door mr F. Onrust.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van 11 januari 2021.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het volgende aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. In de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2019 is hij lid geweest van het gerechtsbestuur van deze rechtbank. In die periode zijn diverse kwesties, zoals procedures en klachten, in het gerechtsbestuur aan de orde geweest die in direct verband stonden met de zogenoemde Chipshol-zaak. Bij een aantal van die procedures en klachten waren Chipshol Holding B.V. en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] direct betrokken. Deze kwesties noopten tot bestuurlijke aandacht en besluitvorming.
Chipshol Holding B.V. is enig aandeelhouder van Chipshol IV B.V. en B.V. Data Hub 3.0, beiden partij in deze zaak. [betrokkene 2] is enige bestuurder van Chipshol Holding B.V. Verder heeft de rechter begrepen dat [bestuurder Coöperatie Park Schiphol U.A.] , bestuurder van Coöperatie Park Schiphol Rijk U.A., ook is verbonden aan Chipshol Holding B.V.
Naar de mening van de rechter kan op grond van deze feiten en omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees of schijn bestaan dat hij de zaak niet onpartijdig zal kunnen behandelen, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zal kunnen leiden.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 12 januari 2021 door mr. M.J. Alt-van Endt, J.A. van Steen en mr. J. Brandt, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.