Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2021:13544

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2021
Publicatiedatum
8 december 2021
Zaaknummer
C/09/618722 / JE RK 21-2377
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgelijke opvoedsituatie

De rechtbank Den Haag heeft op 18 november 2021 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2004, tot aan diens meerderjarigheid in 2022. Dit verzoek werd ingediend door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden.

De feiten tonen aan dat de vader van de minderjarige in 2004 is overleden en dat de moeder het ouderlijk gezag heeft. De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder, maar er zijn ernstige zorgen over de opvoedsituatie. De gezinspatronen zijn niet doorbroken, de minderjarige staat niet ingeschreven op school, en er loopt een uitzettingsprocedure tegen het gezin. Daarnaast is er een melding gedaan bij Veilig Thuis na een ruzie waarbij de moeder mogelijk onder invloed van alcohol was.

De moeder weigert hulpverlening en houdt de deur voor ondersteuning gesloten, waardoor het contact met het gezin stagneert. De kinderrechter acht het noodzakelijk de ondertoezichtstelling te verlengen om zicht te houden op de situatie en te proberen de hulpverlening alsnog op gang te brengen. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 7 december 2021.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot aan diens meerderjarigheid.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/618722 / JE RK 21-2377
Datum uitspraak: 18 november 2021

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 4 oktober 2021 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:
- [minderjarige]geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
Op 18 november 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij is mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling verschenen.
De moeder is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, maar niet verschenen.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Feiten

- De vader van [minderjarige] is in 2004 overleden.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
- [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 23 november 2020 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 24 november 2020 tot 24 november 2021.

Verzoek

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot [geboortedag] 2022.
Aan het verzoek ligt ten grondslag dat er geen zicht is op de opvoedsituatie van [minderjarige] bij de moeder. De gezinspatronen zijn niet doorbroken en er zijn zorgelijke signalen. [minderjarige] staat niet ingeschreven op een school en de woningbouwvereniging is bezig met een uitzettingsprocedure. In juni 2021 is een melding gedaan bij Veilig Thuis door de politie vanwege een ruzie tussen de moeder en [minderjarige] . De woning zag er onverzorgd en verwaarloosd uit en de politie had de indruk dat de moeder onder invloed was van alcohol. De moeder vraagt om hulp maar is niet bereid deze te accepteren en houdt de deur dicht voor de hulpverlening. Het is van belang dat de komende periode nogmaals wordt geprobeerd om contact te krijgen met het gezin om ondersteuning in te kunnen zetten en de situatie te kunnen verbeteren.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.
Daarbij overweegt de kinderrechter dat de zorgelijke signalen ten aanzien van de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds aanwezig zijn. [minderjarige] gaat niet naar school, de woning is verwaarloosd en de moeder en [minderjarige] worden mogelijk uit huis gezet. Bovendien heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege een ruzie tussen de moeder en [minderjarige] waarbij de moeder onder invloed leek. Zowel de moeder als [minderjarige] houden de hulpverlening buiten de deur waardoor het niet lukt om het contact tot stand te brengen en de hulpverlening van de grond te laten komen. De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling daarom noodzakelijk om zicht te kunnen krijgen op de opvoedsituatie bij de moeder en nogmaals te proberen om de hulpverlening op te starten en de stagnerende ontwikkeling van [minderjarige] op gang te helpen. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling daarom verlengen tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] .
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 24 november 2021 tot [geboortedag] 2022 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2021 door mr. S.M. Borkent, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 december 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.