Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een langdurig ingezetene met de Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan zou verwerven. Het ondernemingsplan ontbrak een marktanalyse en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) was niet overgelegd.
Eiser stelde dat hij zich niet kon inschrijven bij de KvK omdat hij eerst in de Basisregistratie Personen (BRP) moest staan, wat geweigerd werd. Ter onderbouwing overhandigde hij een brief van de gemeente Goes. De rechtbank oordeelde dat deze brief onvoldoende was, mede omdat eiser niet in Goes woont en geen inspanningen in zijn woonplaats Zierikzee aannemelijk maakte.
Verder stelde eiser ten onrechte niet gehoord te zijn in de bezwaarprocedure. De rechtbank stelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was omdat het ondernemingsplan onvoldoende was en een gehoor geen ander besluit zou hebben opgeleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter op 3 december 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van duurzame en zelfstandige middelen van bestaan en het ontbreken van een KvK-inschrijving.