ECLI:NL:RBDHA:2021:13566

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2021
Publicatiedatum
9 december 2021
Zaaknummer
NL21.10808
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbVreemdelingenwet 2000Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen op grond van het ontbreken van een marktanalyse en inschrijving bij de Kamer van Koophandel, waardoor het middelenvereiste niet aannemelijk werd geacht.

Het bezwaar tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard. Verzoeker heeft daarop beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat bij de uitspraak op het beroep zelf reeds is beslist, waardoor het verzoek kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep kennelijk ongegrond is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.10808

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam ver\zoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van Pro de Vw [1] onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen.
Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 16 juni 2021 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. In dit geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu bij uitspraak van vandaag is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.