ECLI:NL:RBDHA:2021:13570
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 30 juli 2021. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien beroep is ingesteld of bezwaar is gemaakt. Echter, omdat het bezwaar reeds is beslist bij besluit van 6 oktober 2021 en de beroepstermijn is verstreken zonder dat verzoeker beroep heeft ingesteld, is de vereiste connexiteit aan het verzoek komen te vervallen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en geen beroep is ingesteld.